Ontwikkelingen na 1940: Verdichting van oude linten en wijken

Oude linten

Na de Tweede Wereldoorlog werden in eerste instantie de bestaande linten verder verdicht. Ook verdween veel oudere bebouwing, met name buitenplaatsen en grotere villa’s, herenhuizen en landhuizen die duur in onderhoud waren. Na herverkaveling maakten deze plaats voor (zorg)instellingen, winkels en woonbuurtjes. In het noorden van Soest maakten de buitenplaatsen Nieuwerhoek en Beek en Daal plaats voor respectievelijk woonzorgcentrum Mariënburg (1979) en bejaardentehuis Braamhage (1957). Op de plek van buitenplaats Colenso kwam een woonbuurt met dezelfde naam (1962-1967) en de Oranjeparkflat (1971). Woonbuurt Colenso (architectenbureau Leicher) kreeg een functionalistische opzet in stempels bestaande uit parkflats en rijwoningen rondom drie plantsoenen. Tussen de drie voormalige buitenplaatsen kwamen in de jaren vijftig en zestig enkele nieuwe straten tot ontwikkeling. Deze Ingenieur Menkolaan en Dokter Rupertlaan werden evenwijdig aan de Heuvelweg aangelegd en bebouwd met rijwoningen. Delen van de landschappelijke aanleg van de voormalige buitenplaatsen bleven behouden als buurtparken.

Met het verdwijnen van de buitenplaatsen en villa’s werd het dorp minder populair bij toeristen. De Rijksstraatweg door Soest verloor daarnaast vanaf het begin van de jaren vijftig zijn bovenregionale functie.85 Veel hotels en pensions sloten hun deuren en maakten plaats voor met name woningbouw. Bij de meeste linten rondom de Eng bleef sprake van vrijstaande bebouwing (enkele woningen of tweekappers). Langs de Van Weedestraat-Burgemeester Grothestraat en het noordelijke deel van de Soesterbergsestraat ontstond echter een min of meer gesloten straatwand van winkels en (boven)woningen met nog slechts sporadisch doorkijken naar de Eng of het veenweidegebied. Tot op de dag van vandaag zijn dit de twee centrale winkelgebieden van Soest. Karakteristieke panden uit de naoorlogse periode zijn onder andere appartementencomplex Bevensstein aan de Korte Brinkweg 1-31 (1959, Architectenbureau Feberwee - Rauch) (→3-H), een enigszins brutalistische voormalig bankgebouw aan Van Weedestraat 10 (1975, Nederlandsche Middenstandsbank) en een grootschalig woonwinkelpand op de hoek Van Weedestraat - Dillenburglaan (1982, Z.G. Molnár). 

Als voormalige brink bood ook de Lange Brinkweg veel ruimte voor verdichting. Langs de weg verrezen na de Tweede Wereldoorlog diverse vrijstaande en twee-onder-een-kapwoningen en aan de Eemzijde ook nieuwe (agrarische) bedrijven. Aan het eind van de Korte Kerkstraat, in het verlengde van de Dalweg, kwam een clustertje met gemeentelijke / utilitaire voorzieningen, zoals de brandweerkazerne (Lange Brinkweg 71) (→3-E), de Dienst Gemeentewerken (Lange Brinkweg 77) en 
een afvalbrengstation.

’t Hart-Soestdijk

Min of meer gelijktijdig met de verdichting van de bestaande linten, vond ook de verdichting plaats van de bestaande wijken ’t Hart-Soestdijk en Soest Zuid. Conform het Uitbreidingsplan in hoofdzaak uit 1947 gebeurde dit door de nog niet ontwikkelde terreinen tussen de reeds aangelegde wegen te bebouwen en her en der nieuwe wegen in te passen. Het doel was, ondanks de verdichting, de tuindorp-achtige uitstraling van ’t Hart en het noordelijk deel van Soest Zuid te handhaven en de villa-uitstraling van Soestdijk en de zuidelijke en oostelijke rand van Soest Zuid te versterken. In ’t Hart liep een eerste grote ontwikkeling vooruit op het Uitbreidingsplan in hoofdzaak uit 1947. Vanwege de grote vraag naar arbeiderswoningen werd in 1944 Plan Hartweg vastgesteld (de witte vlek op de kaart van het Uitbreidingsplan in hoofdzaak op pagina 112). Langs de nieuw aangelegde Schaepmanstraat, Troelstrastraat, Groen van Prinstererstraat en Thorbeckestraat werden begin jaren vijftig door Gemeentewerken eenvoudige rijwoningen en boven-benedenwoningen van twee lagen met een kap gerealiseerd. Vrijwel gelijktijdig verrezen ook in de driehoek Laanstraat-Beetzlaan-Albert Hahnstraat eenvoudige rijwoningen. Dankzij de gebogen opzet van de straten en traditionalistische architectuur van de Delftse School, paste de nieuwbouw vrij naadloos tussen de oudere bebouwing.

In de jaren vijftig stelde het bureau van Van Embden diverse plannen in onderdelen op als uitwerking van het plan in hoofdzaak. Op basis hiervan werden in de jaren zestig onder andere de Sint Theresiastraat en Willem de Zwijgerlaan aangelegd en bebouwd met rijwoningen. Met het Uitbreidingsplan in onderdelen Lazarusberg (1953) legde Van Embden vast dat er een groene gordel zou komen vanaf de Stadhouderslaan, via een knik, naar de Eng nabij de Prins Bernhardlaan. Dit langwerpige Nassauplantsoen is gerealiseerd, maar de connectie met de Eng is door latere bebouwing tenietgedaan (onder andere Darthuizen). Langs het Nassauplantsoen kwamen in de jaren zestig vrijstaande en twee-onder-een-kapwoningen. De straten haaks op het plantsoen (Beatrixlaan, Irenelaan, Margrietlaan, Christinalaan) kregen vooral rijwoningen. Op de kop van het plantsoen, aan de Prins Hendriklaan, vormde een verzorgingsflat van zeven lagen (1968, Van Wijk) een afwijkende bebouwingsvorm. Begin jaren tachtig werd met de aanleg van de Clauslaan door Inbo Architecten een onbebouwd binnenterrein tussen de Emmalaan en Anna Paulownalaan ingevuld.

Tekeningen uit het Uitbreidingsplan in onderdelen Lazarusberg (1953). Eerste tekening is het Nassauplantsoen en omgeving (jpg, 45 KB),de tweede tekening de sportvelden tussen de Hellingweg en Waldeck Pyrmontlaan (jpg, 50 KB) (De Kam, Krijger, Peters en Steendelaar 2000, bewerkt). 

Het Uitbreidingsplan in onderdelen Lazarusberg regelde verder dat het gebied tussen de Hellingweg-Korte Bergstraat en de Waldeck Pyrmontlaan bestemd werd voor sport om het uitzicht vanaf de Lazarusberg vrij te houden. Tot het gereedkomen van de structuurschets in 1960 was Van Embden erg strijdbaar in zijn visie om de Eng vanaf de Hellingweg zuidoostwaarts (met uitzondering van de al voor de Tweede Wereldoorlog bebouwde Waldeck Pyrmontlaan, Verlengde Talmalaan en Molenstraat) vrij te houden van bebouwing. Zo was hij vlak na zijn aantreden als stedenbouwkundig adviseur een fel tegenstander van de bouw van de modelboerderij aan de Soesterengweg 8 (1943, architect Brouwer), naast de Witte Burcht.

De kadastrale kaart uit 1965 (jpg, 292 KB) laat zien dat Van Embden er tot 1960 zeer goed in slaagde een groot deel van de Noordereng vrij te houden van bebouwing en zo ’t Hart en Soestdijk van een groen hart te voorzien. Op een kleinere schaal zorgde het Nassauplantsoen voor een vergelijkbaar effect. Het vrijhouden van de Noordereng was na het verschijnen van de structuurschets in 1960, waarbij de gemeente voor grote uitdagingen werd gesteld met betrekking tot het aantal te realiseren woningen, echter niet houdbaar. Beetje bij beetje werden steeds meer gronden van de vrije Noordereng afgesnoept en werd de Noordereng een kralenketting van enigszins op zichzelf staande groenzones.

Legenda van de kaart:

De Noordereng ligt als een groen hart tussen ’t Hart en Soestdijk. De enige bebouwing op de Noordereng zijn de paviljoens van de voormalige Gerharda Sebilla Verhoevenstichting (1), de woningen langs de Waldeck Pyrmontlaan (2), de Witte Burcht (3), de modelboerderij de Witte Burchthoeve (4) en de woningen langs de Verlengde Talmalaan (5). Duidelijk zichtbaar zijn de inbreidingsplannen met rijenwoningen in de omgeving van de Hartweg (6), de Leeuwerikweg (7), de Sint Theresiastraat (8), de Willem de Zwijgerlaan (9) en het Nassauplantsoen (10). Ten noorden van de Eng zijn de tot woonbuurtjes omgevormde voormalige landgoederen Colenso, Nieuwerhoek en Beek en Daal duidelijk te onderscheiden (AE, KDN.8054, bewerkt).

In de jaren zeventig kwam een buurtje rond de Van Mecklenburglaan gereed. Hier werden onder andere diverse typen (geschakelde) bungalows gerealiseerd. Op de hoek met de Korte Bergstraat, direct ten oosten van de Lazarusberg, kwam een bijzonder cluster van acht woningen in een enigszins structuralistische opzet (1978, Van Mecklenburglaan 2-6 en Korte Bergstraat 7-15, Architektenburo Van Woerden Schneider Duêrmeijer). Een groot deel van het buurtje was als bouwvlek al opgenomen in het Uitbreidingsplan in onderdelen Lazarusberg uit 1953. Eind jaren tachtig werd ten noorden van de Schrikslaan de Prinsenhof aangelegd. Niet veel later verscheen ten zuiden van de Waldeck Pyrmontlaan de Chalonhof. Woningbouw werd hier toegestaan ter financiering van de sanering van een vervuild terrein. Aan de Chalonhof werden onder andere enkele vier-onder-een-kapwoningen gebouwd in een postmoderne vormgeving, die doet denken aan Robert Venturi’s Vanna Venturi House (1993, Waldeck Pyrmontlaan 47-53, Chalonhof 4-34 en 51-73, Bouwontwerpgroep Kokon). Over de Noordereng, tussen de Hellingweg en de Waldeck Pyrmontlaan werd een fiets- / voetpad aangelegd. Vooral bij de Chalonhof zijn de hoogteverschillen van de Eng erg goed waarneembaar.

De paviljoens van de voormalige Gerharda Sebilla Verhoevenstichting uit het begin van de twintigste eeuw zijn in de jaren zestig gesloopt en vervangen door nieuwbouw. De zorgfunctie bleef hierbij behouden. De huidige gebouwen op deze plek dateren uit de eenentwintigste eeuw. Hier bevindt zich Arkemeyde, een woongemeenschap voor jongeren met een licht verstandelijke beperking.

Soest Zuid

Belangrijk in de geschiedenis van Soest Zuid was de ontwikkeling van het station. Begonnen als stopplaats nabij de Nieuweweg / Parklaan, werd deze al snel opgewaardeerd tot halte met een houten wachtruimte. In 1939 wijzigde de naam van het station officieel in Soest Zuid en twee jaar later kreeg het station een stenen kantoortje. In 1963 verrees ongeveer tweehonderd meter van de oorspronkelijke halte een nieuw stationsgebouw in een modern-zakelijke stijl. Het betrof een standaardontwerp van het zogenaamde Vierlingsbeekstype door NS-architect Willem Bernhard Kloos. De Eikenlaan werd doorgetrokken langs het station richting de Ossendamweg.

In Soest Zuid vond een vergelijkbare verdichting plaats als in ’t Hart-Soestdijk. Binnen het reeds aanwezige stratenpatroon werden onbebouwde terreinen ontwikkeld. Ook hier vormden gekromde straatjes met een traditionalistische architectuur een passende invulling. Het Uitbreidingsplan in onderdelen Soest Zuid kwam in 1955 gereed, na een volgens Van Embden zeer moeizaam proces. In de toelichting verwoordde Van Embden de doelstelling: ‘Het plan beoogt niets anders dan de afronding en de voltooiing van een woongebied, dat tot dusverre een betrekkelijk chaotische groei heeft doorgemaakt. Nieuwe woonbuurtjes kwamen op diverse plaatsen. Vooruitlopend op het uitbreidingsplan had Van Embden een deelplan ontwikkeld voor het noordelijk deel van Soest Zuid, tussen de Van Lenneplaan, Henriëtte Blaekweg, Birkstraat en Aagje Dekenlaan. Hier kwamen drie nieuwe straten, de Betje Wolfflaan, Staringlaan en Bilderdijklaan, met eenvoudige rijwoningen (1956). Ook nog in de jaren vijftig kwamen nabij het station aan weerszijden van de Ossendamweg buurtjes met rijwoningen tot ontwikkeling (Buntweg met plantsoen en Dr. s’ Jacobstraat) en ten zuiden van de Heilige Familiekerk (Meidoornweg-Bonifaciusstraat).

Partieel uitbreidingsplan Van Lenneplaan (jpg, 68 KB) (1950) en het Uitbreidingsplan Soest Zuid (jpg, 68 KB)(1955). In het Uitbreidingsplan Soest Zuid is de doorbraak Vondellaan-Ossendamweg aangegeven met een oranje stippellijn (De Kam, Krijger, Peters en Steendelaar 2000 en HNI, ODEEr9, bewerkt).

 

Naast de meer eenvoudige rijwoningen langs nieuw aangelegde straten werden aan het eind van de jaren veertig en de jaren vijftig veel bestaande wegen in Soest Zuid verdicht met tweekappers en vrijstaande woningen. Over het algemeen gold: hoe verder naar de randen van de wijk, hoe groter de percelen en de huizen. Twee-onder-een-kapwoningen kwamen onder andere aan de Plasweg, Oude Utrechtseweg, Duinweg, Soesterbergsestraat, Hildebrandlaan en Bartolottilaan. Vrijstaande villa’s en landhuizen verrezen langs de Foekenlaan, Larixlaan, Sparrenlaan en Van Beuningenlaan. Deze straten vormden de overgang naar het bos en de heide.

In het begin van de zestiger jaren werden twee nog onontwikkelde binnenterreinen in Soest Zuid verder opgevuld met rijwoningen en de randen met villa’s. De woonbuurtjes langs het spoor (Kastanjelaan, Plasweg, Acacialaan, Schoutenkampweg) en op de voormalige buitenplaats Heuvel en Dael (Jacob Catslaan, P.C. Hooftlaan) kregen een wat meer zakelijke opzet dan in de jaren vijftig. Haaks op elkaar geplaatste rijtjes woningen omsloten hofjes, plantsoenen en parkeerterreinen. Langs de Soesterbergsestraat verrees op de plek van de villa Anne-Marie de grootschalige parkflat ‘De Soesterduinen’ (1969, Van Wijk).

Naast de invulling van onontwikkelde terreinen, was in het Uitbreidingsplan in onderdelen Soest Zuid een grote verkeersdoorbraak opgenomen. Door de Vondellaan aan te laten sluiten op de Ossendamweg ontstond een directe verbinding van de Birkstraat, via de Nieuweweg-Beukenlaan-Laanstraat-Beckeringhstraat, naar de Biltseweg. Later werd de Koningsweg de belangrijkste verbinding tussen de Birkstraat en de Biltseweg. Vanwege de doorbraak kreeg de Korte Ossendam, die voorheen onderdeel uitmaakte van de doorgaande route, een secundaire functie. De doorbraak werd in 1971 gerealiseerd. 

Nadat de plannen voor een winkel- / stadscentrum op de zuidelijke punt van de Eng waren gesneuveld (zie pagina 135-138), koos men ervoor een nieuw winkelcentrum te bouwen langs de Soesterbergsestraat, vlak ten noorden van de Ossendamweg. Het busstation dat zich hier bevond, werd verplaatst naar station Soest Zuid. Winkelcentrum ‘Hartje Zuid’ kwam in 1985 gereed. Het ontwerp van B&D Architekten bestond geheel in lijn met de architectuuropvatting van die tijd uit een reeks geschakelde blokjes met zadeldaken. Het winkelgebied werd in de volgende decennia in noordelijke richting uitgebreid.

Kadastrale kaart van Soest Zuid (jpg, 282 KB)(1965). Naar de randen van de wijk toe is de bebouwing meer vrijstaand en ruimer opgezet. Duidelijk zichtbaar zijn de inbreidingsplannen met rijwoningen in de omgeving van de Betje Wolfflaan (1), aan weerszijden van de Ossendamweg (2), rond de Meidoornweg (3), de Schoutenkampweg (4) en de P.C. Hooftlaan (5). Parkflat De Soesterduinen is nog niet gerealiseerd. Hier bevindt zich in 1965 de villa Anne-Marie (6). De meer rechtlijnige opzet van de voormalige buitenplaats Heuvel en Dael is goed herkenbaar rondom huis Vosseveld (7). De doorbraak van de Ossendamweg-Vondellaan, die in 1971 gerealiseerd zou worden, is aangegeven met een witte stippellijn (AE, KDN.8058, KDN.8059, KDN.8062, KDN.8063, samengesteld).