Toespraak 4 mei 2021 - Burgemeester Rob Metz

Hieronder vindt u de uitgeschreven toespraak van Burgemeester Rob Metz ter gelegenheid van de dodenherdenking 2021. De toespraak is te bekijken op Facebook. De Scouting heeft samen met de Stichting comite 4 en 5 mei Soest-Soesterberg een herdenkingsvideo gemaakt.

Toespraak:

Morgen is het 76 jaar geleden dat er een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog, de meest gewelddadige oorlog uit onze geschiedenis. Morgen vieren we de vrijheid. Vandaag herdenken we de doden die sinds het begin van de Tweede Wereldoorlog door oorlogsgeweld en bij latere vredesmissies om het leven zijn gekomen.

Evenals vorig jaar sta ik hier alleen. Nee, dat went niet. Video-vergaderen maakt het werkzame leven soms efficiënter. Herdenken in je eentje vind ik alleen maar verdrietig en eenzaam. Herdenken doe je samen. Je steunt elkaar, deelt herinneringen, hoe pijnlijk ook, en luistert naar elkaars verhalen. 4 mei is een dag dat de nabestaanden van de slachtoffers van oorlogsgeweld niet alleen moeten hoeven zijn.

Zelf stond ik als 8-jarig scoutje langs de weg opgesteld in Roermond bij de herdenkingsoptocht. Dat maakte een enorme indruk op me. Kinderen van deze generatie kunnen zoiets nu niet meemaken. Dat we nu al meer dan een jaar niet met elkaar kunnen herdenken, vind ik schrijnend. En het baart me zorgen, omdat het een risico met zich meebrengt. Het risico dat we vergeten, met alle gevolgen van dien.

De tweehonderdduizend landgenoten die vandaag tijdens deze herdenking een centrale plaats innemen, hebben de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog niet overleefd. Dat is een onvoorstelbaar groot aantal. Militairen, verzetshelden, gewone burgers zoals u en ik, stierven op het slagveld, onder mensonterende omstandigheden in een concentratiekamp, als dwangarbeider, of hier vlakbij, op de hoek van hun straat.

We staan vandaag ook stil bij hun levens. Want ieder van hen liet een enorme leegte achter, in een familie, in een gezin, dat verder moest leven zonder hun geliefde. Ieder slachtoffer, iedere familie, heeft eigen herinneringen. Hun verhalen over verlies en verraad, over honger en verdriet, over angst, machteloosheid en verzet moeten worden blijven gedeeld. Uit respect voor de slachtoffers, én omdat het ons bewust maakt dat vrijheid niet vanzelfsprekend is.

Een verhaal zoals dat van de Soester Andries Koehof, die ik in september 2014 ontmoette toen ik hem en zijn vrouw mocht feliciteren met hun zestigjarig huwelijk. De foto van dit heugelijke jubileum in de krant een week later toont een stralend lachend echtpaar en het fotobijschrift is al even vrolijk: het lachen is dit echtpaar nog altijd niet vergaan. Maar soms heb je geen idee van het leed achter een lach.

Wat dat bericht namelijk niet vertelt, is dat tijdens mijn bezoek niet alleen vrolijke noten werden gekraakt. We raakten, zoals dat gaat, al snel in gesprek over vroeger, zo ook over de oorlog. Wat volgde leek een passage uit een spannend jongensboek, maar dan helaas gebaseerd op een waargebeurd verhaal. De heer Koehof bleek namelijk één van de slachtoffers te zijn van de zogenoemde Silbertanne-vergeldingsactie van 1944. Ik heb ademloos naar zijn verhaal geluisterd.

De acties zijn een represaillemaatregel voor aanslagen van het Nederlandse verzet op collaborateurs. Op 13 en 14 januari 1944 komen de Duitse moordcommando’s naar Soest, met de namen van vijf leden van het verzet op hun lijst. Drie van de Soesters op deze lijst, Johan Houtman, Klaas Brons en Wim van Goor, worden op straat doodgeschoten, waarbij Brons eerst nog te horen krijgt dat hij mag gaan en vervolgens lafhartig in de rug wordt geschoten. Andries Koehof wordt op de hoek van de Soesterbergsestraat en de Van Beuningenlaan door de Duitsers door zijn hoofd geschoten en voor dood achtergelaten. Hij, en de vijfde man op de dodenlijst, Jan Schalkx wiens rug door een kogel wordt doorboord even verderop, overleven de aanslag op wonderbaarlijke wijze. Het boek ‘Soest onder vuur’ van Geke van de Merwe, doet ook verslag van de brute aanslagen op deze Soester verzetshelden. Andries Koehof vertelde mij dat hij later, toen hij nota bene werd uitgezonden naar Korea, opnieuw last kreeg van zijn verwondingen en is geopereerd. Wat een verhaal. En dat ik het uit de eerste hand, van een oorlogsheld, die zijn leven voor ons land op het spel zette, te horen kreeg, maakte op mij een onuitwisbare indruk.

Ik ben van 1958 en heb net als de meesten van u de oorlog niet zelf meegemaakt. Wij kunnen ons met de beste wil van de wereld nog niet voorstellen hoe het is om zoiets verschrikkelijks als de Tweede Wereldoorlog mee te maken. Om die onvoorstelbare angst, het intense verdriet en de ontreddering te bevatten, nadat die lafhartige moordaanslagen van januari 1944 de Soester gemeenschap gebroken achterlieten. Zonder persoonlijke verhalen is dat zelfs onmogelijk. Maar niet iedereen heeft het geluk net als ik op de koffie te kunnen bij een oorlogsheld. Bovendien wordt de generatie die de oorlog zelf heeft meegemaakt ieder jaar kleiner. Mijn kinderen hebben mijn moeder nog gekend, haar vragen kunnen stellen over de oorlog. Maar hoe gaat dat met de volgende generatie? Wij moeten ervoor zorgen dat de verhalen uit de Tweede Wereldoorlog voortleven. Dat is de opdracht die wij als naoorlogse generaties hebben. Zo kunnen wij de vrijheid doorgeven.

Dat gebeurt bijvoorbeeld in het recent verbouwde Kamp Amersfoort, waar tijdens de Tweede Wereldoorlog 47.000 mensen gevangen hebben gezeten. Een ondergronds museum laat daar nu het kampverleden herleven. Ook in ons Nationaal Militair Museum is aandacht voor de Tweede Wereldoorlog. Dat is belangrijk. Want om de gevaren van oorlog te verankeren in ons bewustzijn, is meer nodig dan cijfertjes en statistieken over slachtoffers en overlevenden. De emoties en de beleving brengen het pas echt dichtbij.

Hoe is het, 76 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, met onze vrijheid gesteld? Denker des Vaderlands Daan Roovers stelt in de thematekst die zij voor de landelijke herdenking schreef, dat vrijheid vele vormen kent. Er is keuzevrijheid, bewegingsvrijheid, burgerlijke vrijheid en vrijheid van meningsuiting. Vrijheid is het fundament van onze samenleving, maar het brengt verantwoordelijkheid met zich mee.

Ik ben het daarmee eens. Ons vrij-zijn mag er nooit toe leiden dat een ander zich on-vrij voelt, of zich niet veilig voelt om zichzelf te zijn. Op dit moment voelen wij ons in onze vrijheid beperkt, maar het is vooral onze bewegingsvrijheid die aan banden ligt. Beslist frustrerend, maar de vrijheid om jezelf te zijn, vrijheid van meningsuiting en keuzevrijheid staan fier overeind.

Na de verkiezingen van afgelopen maart worden wij door maar liefst liefst zeventien partijen in het parlement vertegenwoordigd. Zeventien partijen met allemaal een eigen mening, identiteit en achterban. Dat levert vast de nodige uitdagingen op, maar het is feitelijk het ultieme bewijs van onze vrijheid.

Vrijheid is kwetsbaar en nooit vanzelfsprekend, dat is de les die de Tweede Wereldoorlog ons leert. We hebben het aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, die hun verlangen naar een vrij Nederland met de dood moesten bekopen, te danken dat we in een vrij land leven, in een democratie, vrij van onderdrukking. Wij vieren morgen onze vrijheid dankzij hen. Dat mogen we nooit vergeten. Dank u wel voor uw aandacht.

Naar overzicht