Raadgever Tim de Wolf: overpeinzingen in Overijssel

Leer de raadsleden kennen in de rubriek Raadgever uit de Soester Courant. Deze week wandelt Tim de Wolf (GGS) door het oosten van het land en ziet klimaatverandering én hoop.

Drooggevallen

Wandelen doe ik graag, liefst langs resten van oude infrastructuur. Zo belandde ik afgelopen zomer bij de Schipbeek in Twente. Deze was vrijwel drooggevallen, waardoor de fundamenten zichtbaar werden van de brug waarover ooit de spoorweg Neede-Hellendoorn het watertje kruiste. De lijn werd in 1910 geopend en in 1935 alweer opgebroken. Nu schragen de resten van de brug slechts mijn gedachten, terwijl ik mijmer te midden van stervende vissen en ontredderde kikkers ...

Verliezen

Neede-Hellendoorn was een van de laatste schakels in de opbouw van een netwerk van lokaalspoorwegen. Deze spoortjes zouden rurale gebieden ontsluiten, maar dat gebeurde niet. Het reizigersvervoer decimeerde in de jaren twintig door de komst van de autobus. De industriële kaarten bleken al geschut. Fabrieken lagen elders, vaak aan de eerder aangelegde hoofdlijnen. Concurrerende private spoorwegmaatschappijen snoepten elkaar met parallel lopende lijnen tonnages af. Het gevolg: hoge verliezen. De reactie: overheidssteun en verhoogde tarieven. Door dit laatste bepleitte de industrie de aanleg van kanalen. Goedkope aanvoer van kolen was cruciaal. Het Rijk toog aan de slag, investeerde in nieuwe waterwegen en creëerde daarmee zelf een rivaal van de door haar gesubsidieerde spoorwegen. De laatste ‘kip met de gouden eieren’ van het spoor – het kolenvervoer – werd geofferd aan de eisen van de fabrikanten.

Kolendampen

De zieltogende lijn Neede-Hellendoorn kreeg de doodsteek door de aanleg van het Twentekanaal. Een brug voor dit onbeduidende lijntje was te duur. De streek rondom de Schipbeek bleef landelijk, al schoven jaar in jaar uit de binnenschepen met hun fossiele brandstof door het vredige landschap richting Enschede, waar, zoals in alle centra, kolendamp hand in hand ging met de nijverheid. In rurale streken, zoals rondom de Schipbeek, bleef de industrie op afstand. De vogels kwetterden en de kikkers kwaakten. Dat kolendamp, met alles dat daarna nog meer de lucht in werd geblazen, ooit de Schipbeek droog zou leggen had geen mens verwacht. Klimaatverandering deed de natuur alsnog verstommen.

Energiewolven

Zo mijmer ik aan de modderige beek. Elke tijd heeft zijn hypes en waanzinnigheden. De marktwerking liet graaizuchtige (en nu gesubsidieerde) energiewolven op ons los, een opgedeelde NS bracht minder – dus overvolle – treinen en in plaats van die degelijke PTT rijden nu dagelijks  tientallen gedeukte witte bussen dezelfde route, met aan het stuur de onderbetaalde chauffeur. Een slecht klimaat … Ik help een kikker naar een laatste plas. Ik zie nog leven, er is nog hoop.

Tim de Wolf, raadslid GGS

t.dewolf@soest.nl