Beantwoording vragen gemeenteraad

Beantwoording vragen gemeenteraad over realisatie woonunits voor Oekraïense vluchtelingen door burgemeester Rob Metz.

Allereerst een inleiding:

Sinds de oorlog in de Oekraine op 24 februari is gestart zijn we ons er in geheel Europa van bewust dat dit een vluchtelingenstroom van ongekende omvang zou kunnen veroorzaken. Tot de dag van vandaag worstelen alle lokale overheden, provincies, veiligheidsregio’s en de landelijk overheid met dit vraagstuk. En vergeet daarbij niet alle andere organisaties en instellingen en ondernemers die direct of indirect helpen met de opvang van vluchtelingen.

Ook de bewoners van de locatie Insingerstraat worstelen ontzettend met de mogelijke komst van vluchtelingen. Ik weet zeker – dat is zo door hen uitgesproken – dat een deel van hen bereid is vluchtelingen op te vangen.

Maar de zorgen en onzekerheid over hoe het er uit gaat zien en de snelheid van het proces zorgen begrijpelijk voor wrevel.

Ook uw raad doorgaat deze worsteling. We willen zeker staan voor de opvang van vluchtelingen – uw raad stuurde niet voor niets een duidelijke oproep raadsbreed ondersteund naar het college, maar tal van praktische vragen komen ook bij u op. Ook procesmatige vragen zijn logisch. In welke positie bevindt de raad zich en op welke wijze en wanneer kunt u uw rol spelen.

Met uw vragen geeft u daar nu invulling aan. Het college hoopt u met de beantwoording mee te nemen in het proces, net zoals we de samenleving willen meenemen in dat proces. Net zoals we de samenleving in de komende periode steeds meer antwoorden kunnen geven op vragen die leven en waarmee we graag in gesprek blijven over de vele stappen die nog gezet moeten worden.

Voordat ik inga op uw vragen eerst nog wat context:

Met zeer grote regelmaat zijn burgemeesters van de provincie Utrecht in de context van de veiligheidsregio Utrecht bij elkaar om kennis te delen. Enerzijds om de afstemming met het rijk voor te bereiden en anderzijds om van elkaar te leren.

Ondanks alle complexe juridische vraagstukken waarmee het vluchtelingenvraagstuk ook internationaal is omgeven, is de samenleving en de overheid gemeenschappelijk opgetrokken om handen en voeten te geven aan dit vraagstuk. De vluchtelingen stonden letterlijk op de stoep en regelgeving volgt later. De worsteling is natuurlijk niet alleen van de overheden. Juist ook de samenleving volgt het overheidshandelen met argusogen. Men maakt zich zorgen over de veranderingen die dit voor de eigen leefomgeving kan betekenen, men maakt zich zorgen of het vraagstuk van de vluchtelingen niet misbruikt wordt om snel iets voor de reguliere woningnood te fixen.

Dat heeft ook in Soest zo gewerkt. Op dit moment verblijven 82 mensen in Soest in een gastgezin. Hartverwarmend voor de korte en middellange termijn, maar niet houdbaar voor een langere termijn. Ik ben al deze gastgezinnen en vrijwilligers die dagelijks meewerken aan de opvang voor de vluchtelingen overigens erg dankbaar en dat wil ik hier ook nog maar eens uitgesproken hebben. Er verblijven er op dit moment 56 in door de gemeente georganiseerde accommodaties en 20 in een instelling, opgeteld 158..

Ook de zorgen van de omwonenden van de Insingerstraat / den Bliek laan zijn een logische vertaling van het brede beeld naar het beeld voor Soest. Het college is zich daar zeer goed van bewust. Het is nogal wat wanneer op zo een korte termijn er grote veranderingen in jouw leefomgeving kunnen gaan plaatsvinden.

Terug naar het bredere beeld:

Wat wij op dit moment weten, is dat we in de provincie Utrecht 4241 Oekraïense vluchtelingen opvangen. Daarmee levert de veiligheidsregio Utrecht een ruime bijdrage aan de snelle realisatie van de door het rijk gevraagde 75.000 opvangplaatsen. Wat we ook zien is dat er 1400 hiervan verblijven bij particulieren, die op niet al te lange termijn - net als in Soest zelf het geval is – elders gehuisvest zullen moeten worden.

Een belangrijke complicatie bij veel van de door de overheden gerealiseerde opvangplaatsen is, dat er vrijwel geen echt perspectief is op huisvesting voor de langere termijn. De definitie die het college daarover hanteert is na 1 januari aankomend jaar.

Ook het rijk ziet dat de grote opgave voor de aankomende periode het bouwen van woningen is, willen we op meer structurele basis huisvesting kunnen bieden. Alle andere oplossingen zijn slechts noodverbanden, goed voor nu, maar onhoudbaar voor de lange termijn.

De maatschappelijke opgave voor onze samenleving is enorm. We zijn al een land en zeker een regio en wellicht nog meer een dorp waarin de ruimte beperkt is. We moeten daar zorgvuldig mee omgaan Tegelijkertijd spreekt het bestuursakkoord dan ook niet voor niets over de verkenning die wij met de samenleving willen gaan doen om aan de rafelranden van ons dorp toch voldoende woningbouw te realiseren voor onze inwoners. En dan komt dit vraagstuk als donderslag bij heldere hemel daar nog bovenop.

Dan ga ik nu in op de vragen die u heeft gesteld. Ik zal ze slechts samenvatten en niet letterlijk herhalen.

Uw eerste vraag gaat over de weging van belangen bij de locatiekeuze.

U moet daarbij in ogenschouw nemen de uitgangspunten die wij begin maart, slechts een paar weken na de start van de oorlog hebben.

Nadat wij op basis van de kennis over het dorp hebben geconstateerd dat er geen bestaande gebouwen groot genoeg individueel of in optelsom geschikt te maken zouden zijn voor opvang voor langere termijn – zoals bij Groot Engendaal en het politiebureau - hebben wij de opdracht verstrekt om een schouw te doen voor de bouw van flexwoningen waarbij wij een aantal criteria hebben gehanteerd:

  • Wij moesten eigenaar zijn van het terrein
  • Op dat terrein moest geen bouwplan of andere economische functie op de rol staan
  • Binnen de rode contouren
  • Niet in de kern van Soesterberg in verband met het AZC dat daar gerealiseerd gaat worden
  • Relatief dicht bij voorzieningen
  • Passend bij een beleid wat juridisch gedefinieerd wordt als ‘goede ruimtelijke ordening’
  • Mogelijkheid tot aansluiting op riolering en nutsvoorzieningen
  • Minimaal plek biedend aan 200 vluchtelingen op basis van het toen bekende aantal
  • Bij voorkeur op 1 locatie zoals ook geadviseerd door de VNG.

Na toetsing bleef er slechts 1 locatie over.

Gegeven de discussie die er in de samenleving is over deze plek wil ik een aantal van deze criteria nader toelichten:

  • De factor tijd: alleen als eigenaar kunnen we het tempo maken wat nodig is. Het zou anders maanden duren voordat hierover zelfs maar een start gemaakt kan. Er moet dan immers van alles juridisch met die eigenaar worden geregeld.
  • Als er al andere bouwplannen zouden zijn lossen we het probleem voor de korte termijn op maar maken we een groter probleem voor de langere termijn.
  • De rode contour is een harde juridische belemmering die ongetwijfeld op de langere termijn wel geslecht zou kunnen worden, maar de discussie zou maanden zo niet jaren, vergen. Ook hier dus weer een afweging in de factor tijd.
  • Het aantal vluchtelingen is natuurlijk in beweging gekomen ten opzichte van de quick scan van begin maart. Ik kom daar bij de volgende vraag op terug.
  • De belangrijkste kritiek die het college zichzelf kan geven is dat wij door de noodzaak snel te handelen, onszelf niet de tijd hebben gegund om eerst een adequate projectorganisatie op te bouwen en de afweging en argumentatie gemakkelijk en direct te ontsluiten.
  • Wij hebben duidelijk willen zijn naar onze inwoners en daarom direct willen informeren. Het college snapt de deels terechte kritiek die hierover is. We hadden de projectorganisatie niet op orde, nadat wij besloten deze locatie te gaan uitwerken. Dat heeft onduidelijkheid gegeven. Wij hebben ons kwetsbaar hierin opgesteld omdat wij zonder vooringenomenheid over de uitvoering het gesprek met de samenleving wilden aangaan. Het was van tweeën 1. Duidelijk en direct is de keuze die wij gemaakt hebben in ieder geval wel.

Dan kom ik op vraag 2 de vraag over de aantallen en wel of geen spreiding

Al in maart heeft het college gecommuniceerd dat we zouden moeten rekenen op 300 tot 700 vluchtelingen uit de Oekraïne. Dat kwam niet overeen met de eerste uitvraag vanuit het kabinet.

We wisten op dat moment al wel dat er sprake was van een potentiële vluchtelingenstroom van 5 miljoen Oekraïners buiten de landsgrenzen. De kabinetsvraag ging over de ultra korte termijn. De genoemde 5 miljoen ging over de lange termijn.

Het college heeft zich al zeer snel beseft dat de enorme inspanningen van alle Utrechtse gemeenten veel antwoorden boden voor de termijn tot het einde van het jaar. Wij hebben toen de keuze gemaakt voor ook een meer structurele oplossing. Daarmee voor zowel de korte termijn, middellange termijn als een termijn van jaren. Dit omdat ook toen al wel duidelijk was dat het vraagstuk over een lange termijn zou gaan spelen en wij voor kwaliteit gaan.

De 400 is dus een opdracht van het college naar aanleiding van een inschatting toen tussen de 300 en 700. Met de kennis van vandaag weten we dat we nu ruim 150 mensen opvangen. We weten ook dat dit een ondergrens van nu is waar we op basis van de huidige kabinetsuitvraag van 121 nog maar net boven zitten. We weten op voorhand zeker dat er nog meer mensen komen – ik kom hier nog op terug  er zijn nadrukkelijke indicaties over - en we doen het liefst alles in 1 keer goed. We kunnen nog steeds niet in een glazen bol kijken. We beslissen iedere keer op basis van de best beschikbare informatie. Wij verwachten nog steeds dat de meer permanente vraagstelling een opvang van 300 Oekraïense vluchtelingen voor Soest blijft voor de langere termijn. Op onze website staan hiervoor de verschillende benaderingsmethodes die wij hebben gehanteerd.

Dan over de concentratie:

Op basis van de VNG adviezen hebben we gekozen voor 1 locatie omdat we daarmee ook de straks noodzakelijk zorg en ondersteuning goed kunnen organiseren. Daarbij moet u ook rekening houden met de maatschappelijke onrust die iedere locatie op zich met zich meebrengt.

Ook elders in het land – ik noem Vlaardingen die 700 flexwoningen gaat realiseren en Lansingerland die er 1.000 wil realiseren voor deze doelgroep kiezen voor grote concentraties. Veel grotere concentraties dan wij in de Soester context voor ogen hebben.

De inschatting van het college is dat nu Polen al gestopt is met leefgeld regelingen en ook Duitsland zich aan het beraden is, we kunnen verwachten dat er ook binnen Europa nog een verdere herschikking zal plaatsvinden. Daarnaast zal de beschikbaarheid van woningen die geschikt zijn voor bewoning in een langere termijn niet in alle gemeenten tijdig kunnen worden gerealiseerd.

Wij doen het liever in 1 keer goed en zijn dan klaar omdat we dan aan de integratie van de vluchtelingen kunnen gaat werken.

Wij moeten daarbij in balans brengen wat ruimtelijk en sociaal verantwoord is binnen de Soester context en wat moreel verantwoord is binnen de vluchtelingen opgave.

Dan kom ik op vraag 3 a

Wat als vragen zijn voor een bestuurder erg ingewikkeld om te beantwoorden en daarmee meestal weinig bevredigend. Toch ga ik een poging doen omdat ik uit individuele gesprekken ook met omwonenden heb begrepen dat hier een deel van de zorg uit de omgeving in zit.

Wij zijn dit project met stoom en kokend water gestart om invulling te geven aan een acuut vluchtelingenprobleem dat naar het zich laat aanzien geruime tijd kan duren. Dit is de aanleiding voor alle ruimtelijke procedures die we zullen moeten voeren. Om goede ruimtelijke ordening te bedrijven moeten we alle belangen wegen. We doen dit in dit tempo omdat dit probleem zich acuut heeft aangediend.

Op het moment dat er geen vraag meer is naar huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen – we vermoeden dat dit eerder 5 tot 10 jaar is dan 1 jaar - staan de flexwoningen er immers. De zorg van omwonenden is dat deze woningen dan bewoond gaan worden door een te grote concentratie van mensen met een rugzak zoals wij dat omfloerst noemen.

We hebben in de door u vastgestelde huisvestingsverordening Soesters al een behoorlijke voorsprong gegeven en denken dat deze woningen zeker voor starters dan een kans bieden. De units zijn tussen de 36 en 54 m2 – passend bij een bouwbesluit tijdelijke woningen voor respectievelijk 2 en 3 tot 4 persoons huishoudens en dat sluit daarbij aan. Specifieke doelgroepen krijgen we slechts mondjesmaat en liggen voor deze huisvesting minder voor de hand.

Dan vraag 3 B

Op het moment dat de Raad wil beslissen over een bestemmingplan – ook voor deze locatie –  kan de raad aan het college vragen om een bestemmingsplanprocedure in gang te zetten. Het college kan zich voorstellen dat de raad dit zal willen betrekken bij de gesprekken die over de rafelranden van Soest gaan, waar ik zojuist over sprak. Daar kunt u met elkaar kaders over afspreken.

Uw vraag gaat meer over specifiek mensen met een woonurgentie. Dat vindt het college wat ingewikkelder, omdat hier allerlei juridische kaders ons wel verplichten om deze mensen een passende woonruimte te bieden. Ik heb er al kort hiervoor iets over gezegd, de huisvestingsverordening – uw kader - is primair leidend.

U heeft dus zeker een rol wanneer er op deze plek geen opvang meer nodig is voor Oekraïners. Die kaderstellende rol is er bij de discussie over de rafelranden wanneer u besluit deze locatie daarbij betrekken, de bestemmingsplannen die hier dan bij passen, en diverse andere kaders die direct invloed hebben zoals de woonvisie en huisvestingsverordening indien ook voor deze locatie van toepassing. Met andere woorden u komt nog uitbundig aan bod als deze locatie niet meer nodig is voor de opvang van vluchtelingen.

Vraag 4

Hierover kan ik kort zijn. Het college deelt uw mening dat dit plan klaar moet zijn voordat de woningen bewoond zijn. We gaan daar samen met de Alliantie mee aan de slag. We zullen uw raad graag betrekken bij het plan.

Vraag 5

De volgende fase is uitvoering geven aan het maken van plannen over leefbaarheid, zorg en veiligheid. We zullen uw raad ook hierin graag betrekken zodra deze in de laatste fase zijn.

Tot slot

Ik spreek namens het college uit dat we graag het oog op de bal willen blijven houden. Het gaat om vluchtelingen uit onze Europese regio. Ik sprak vorige week met Oekraïners die schrokken toen ze door de wijk fietsten. Ook daar ligt het college, lig ik wakker van. Verdreven van huis en haard door oorlogsgeweld en dan het gevoel krijgen dat je niet welkom bent. Ik weet dat het verzet van de buurt daar niet over gaat en ik wil daarom mijn dank uitspreken naar de inwoners uit de buurt omdat zij ook daar steeds klip en klaar over waren. Hun zorgen gaan over aantal, duur en het vraagstuk wat er gebeurt nadat de vluchtelingen weg zijn. Begrijpelijke zorgen en ik wil de hoop uitspreken dat we in dialoog met elkaar kunnen blijven om het over die zorgen te hebben.